Psychologische zorg terugbetaald?

Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) stelde op 14 april een rapport voor waarin het pleit voor een soepeler omgaan met (de terugbetaling van) psychologische zorg.

Angst, stress, depressie, burn-out. Het zijn begrippen die vandaag steeds vaker opduiken. Heel wat mensen worden er op een bepaald moment van hun leven, van hun carrière mee geconfronteerd. Volgens het Riziv (cijfers 2013) is een derde tot de helft van de aanvragen voor invaliditeitsuitkering terug te voeren tot mentale problemen. Maar omdat de ziekteverzekering psychologische hulp tot vandaag meestal niet terugbetaalt, blijft de toegankelijkheid van dit soort hulpverlening klein. Op basis van de manier waarop dit in anderen landen georganiseerd en terugbetaald wordt, stelt het KCE een model voor aangepast aan de Belgische realiteit. Het model bestaat uit twee niveaus: een eerste algemeen niveau dat vlot toegankelijk is en dat vaak voorkomende problemen kan opvangen, en een tweede niveau dat niet rechtstreeks toegankelijk is en dat gespecialiseerde zorg aanbiedt op een moment dat de zorg van het eerste niveau niet volstaat.

Het eerste niveau dat het KCE voorstelt, is mee geïnspireerd door de Vlaamse proefprojecten van de Eerste Lijns Psychologische Functie (ELPF). Dit niveau staat open voor iedereen en behoeft geen voorschrift noch criteria inzake diagnose of ernst van het probleem. Psychologen die speciaal opgeleid zijn voor de eerste aanpak van de meest voorkomende psychische problemen, kunnen er iedereen snel opvangen, tegen een beperkte vergoeding. Het maximaal aantal sessies wordt vastgesteld op vijf. Het is vooral de bedoeling het probleem in te schatten en de mensen een professioneel duwtje in de rug te geven. In de meerderheid van de gevallen moet dit volstaan om de weerbaarheid opnieuw op peil te brengen. De eerste resultaten van de ELPF-projecten wijzen uit dat maar liefst 88% van de mensen na (minder dan) vijf sessies geholpen is.

De plaatsen waar deze eerstelijnshulp aangeboden wordt, kan zeer gevarieerd zijn: huisartsenpraktijken, wijkgezondheidscentra, CAW’s, CLB’s, enz. Mensen die hun psychische problemen liefst met hun vaste huisarts bespreken, blijven niet in de kou staan. Om de huisartsen die dat wensen deze centrale rol verder te laten invullen, beveelt het KCE aan hiervoor een ‘langdurige consultatie met een verhoogd honorarium’ in te voeren. De financiële bijdrage van de patiënt zou voor beide vormen identiek zijn.

Voor sommige mensen volstaan de vijf sessies van de eerste lijn niet omdat ze een meer specifieke of langdurige behandeling nodig hebben. Zij zouden, weliswaar op voorschrift, meer gespecialiseerde zorg kunnen krijgen (waaronder psychotherapie). De behoefte aan gespecialiseerde zorg moet dan samen door een huisarts en een psycholoog van de eerste lijn worden geattesteerd. Ook hier zal het aantal terugbetaalde sessies beperkt zijn, maar er moeten wel voldoende sessies worden voorzien, en hun aantal kan onder bepaalde voorwaarden worden hernieuwd. Nieuwe structuren hoeven hiervoor niet opgericht te worden. Het landschap is al complex genoeg.

De hervorming van het geestelijke gezondheidszorglandschap zal er echter niet van vandaag op morgen komen. Eerst moeten er voldoende hulpverleners opgeleid worden, moet men de criteria van hun opleidingen en accreditaties bepalen en regelgevende instanties oprichten. En dan hebben we nog niet gesproken van de complexe financiering van de geestelijke gezondheidszorg, die gespreid is over verschillende beleidsniveaus.

Bron: Domus Medica